Het financieringstekort is een begrip wat betrekking heeft op de financiën van overheden. Een land bepaalt haar financieringstekort door de lopende uitgaven zonder de aflossingen op de staatsschuld van de inkomsten af te trekken. Het financieringstekort is een belangrijk cijfer voor de politieke besluitvorming. Er zijn dan ook vaak debatten aan opgehangen. Er kan natuurlijk ook sprake zijn van een financieringsoverschot. Dit is logischerwijs het geval als de inkomsten van de overheid groter zijn dan de lopende uitgaven. Eigenlijk kun je het financieringstekort ook definiëren als het begrotingstekort min de aflossingen op de staatsschuld. Juist omdat deze aflossingen op de staatsschuld niet worden meegenomen, is het financieringstekort een betere graadmeter om te kunnen oordelen over de begrotingspolitiek van een land.  Vaak wordt het financieringstekort uitgedrukt in percentage van het nationaal inkomen. Als je het in verhouding met het nationaal inkomen ziet weet je ook of een groot financieringstekort daadwerkelijk reden tot zorg is.

Financieringstekort Nederland

Het financieringstekort van een land in de Europese Unie mag niet meer zijn dan 3% van het BBP. Dit geldt dus ook voor Nederland. Om een indruk te krijgen van de werkelijke getallen pakken we de cijfers van 2012 er even bij. Het BBP in 2012 was 623 miljard en werd het financieringstekort op 2.9% begroot.  Dit houdt in dat het ongeveer 18 miljard mocht zijn. Met de kennis van nu weten we dat dat te optimistisch was en we nog eens 8 miljard extra moesten bezuinigen om de Europese norm te halen. Hier is veel discussie over ontstaan omdat andere landen de EU regel aan hun laars lapten. Als Nederland dat ook zou hebben gedaan waren de bezuinigingen niet nodig geweest hetgeen de economie ten goede zou zijn gekomen. Het financieringstekort is dus zeker een belangrijk begrip ook met betrekking op de internationale politiek.