Geldlening

Het begrip geldlening is een begrip dat in het gedeelte ‘gelden’ hoort. Het houdt in dat je als persoon een lening aangaat. Je kunt een lening aangaan bij een andere persoon, maar meestal gaat het hier om een lening bij een bank. Dit noem je een zakelijke lening. Bij een zakelijke lening gaat het erom dat je uiteindelijk meer geld betaald dan jezelf geleend hebt. Kosten als rente komen hier bij op. De bank is degene die je het geld voorschiet. Deze instantie gaat er vanuit dat je binnen een bepaalde tijd het gehele bedrag of het bedrag in gedeelten weer terugbetaald. Tot die tijd betaal je meer rente en dus ook meer gelden.

Geldontwaarding

Geldontwaarding hoort ook in het rijtje ‘gelden’. Geldontwaarding, ook wel inflatie genoemd, is het minder waard worden van geld. Dit komt door de stijging van gemiddelde prijzen. Daarnaast komt geldontwaarding vaak voort uit de stijging van het nationaal inkomen. Door inflatie daalt de waarde van de in het land geldende munteneenheid ten opzichte van andere munten, wat als gevolg heeft dat het aantal goederen dat iemand kan kopen met de gelden die het heeft, slinkt. De gelden die een persoon heeft om goederen te kopen, worden dus minder waard.

Geldschepping

Het derde begrip dat bij het hoofdbegrip ‘gelden’ hoort, is geldschepping. Geldschepping zorgt ervoor dat de hoeveelheid geld dat zich bij de mensen in een land bevindt, toeneemt. In Nederland zijn er meerdere organisaties die zorgen voor geldschepping, zoals de Nederlandse Staat, De Nederlandsche Bank, banken en zogenaamde giroinstellingen. Deze organisaties zorgen ervoor dat mensen hun geld uit bijvoorbeeld de geldautomaat kunnen halen en dat de hoeveelheid gelden in Nederland op orde blijft. Geldschepping kan door middel van transformatie, dit is het omzetten naar echt geld, en substitutie, dit het omzetten van geld op de bank naar geld in je handen.

Geldvernietiging

Het laatste begrip dat hoort bij het hoofdbegrip gelden is geldvernietiging. Geldvernietiging is het tegenovergestelde van geldschepping. Dat houdt in dat de hoeveelheid geld dat de mensen in een land bezitten, afneemt. Het gevolg van geldvernietiging is dat de hoeveelheid gelden die mensen in een land bezitten afneemt en dat men daardoor minder goederen kan kopen. Dit kan uiteindelijk weer opgelost worden door een proces van geldschepping, waardoor banken weer grotere hoeveelheden gelden  naar de mensen kunnen laten gaan.